• Dutch course for beginners A1
    0%
  • 1 Dutch alphabet and pronunciation
  • 2 Counting in Dutch (indefinite and ordinal numbers) [0/3]
  • 3 Dutch greetings (hello in Dutch) [0/3]
  • 4 Basic words and phrases in Dutch [0/4]
  • 5 Introducing yourself in Dutch [0/4]
  • 6 What time is it? - telling the time in Dutch [0/4]
  • 7 Days of the week, months and seasons in Dutch [0/5]
  • 8 Colours in Dutch [0/3]
  • 9 Animal names in Dutch [0/5]
  • 10 Family in Dutch [0/3]
  • 11 Food and Drinks in Dutch [0/5]
  • 12 How to order food in Dutch? [0/4]
  • 13 The weather in Dutch [0/4]
  • 14 Countries, Cities and Nationalities in Dutch [0/3]
  • 15 Body parts in Dutch [0/3]
  • 16 Clothes and shoes in Dutch [0/4]
  • 17 Travel and vacation in Dutch [0/3]
  • 18 Dutch proverbs and sayings [0/3]
  • 19 I love you in Dutch (Emotions and feelings) [0/4]
  • 20 Happy birthday in Dutch (birthday wishes) [0/3]
  • 21 Asking for directions in Dutch [0/4]
  • 22 Needs and opinions in Dutch [0/4]
  • 23 Hobbies in Dutch [0/4]
  • 24 House, room, furniture vocabulary in Dutch [0/4]
  • 25 How to describe a person in Dutch [0/4]
  • 26 Business Dutch [0/4]
  • Select the ordinal numbers in Dutch

    Read the sentences and select all the ordinal numbers.

    Good luck! 

    1. Overmorgen viert Eva haar drieëntwintigste verjaardag.
    2. Hoeveelste was jij van onze klas?
    3. Tim gaat altijd naar Amsterdam op de eerste dag van de maand.
    4. Ik kocht gister voor de zoveelste keer een nieuwe koptelefoon.
    5. Mijn zus was gisteren de honderdste klant in het nieuwe café.
    6. De hockeyvrouwen zijn tweede geworden op de Olympische Spelen.
    7. Wie heeft het laatste snoepje opgegeten?
    8. Mijn neef heeft gisteren zijn eerste tatoeage laten zetten.
    9. Mijn beste vriend kan heel veel eten zonder aan te komen.
    10. Ik heb meer huisdieren dan mijn beste vriendin.

    Level: 
    A1
    Trained skill: 
    Reading