• Dutch course for beginners A1
    0%
  • 1 Dutch alphabet and pronunciation
  • 2 Counting in Dutch (indefinite and ordinal numbers) [0/3]
  • 3 Dutch greetings (hello in Dutch) [0/3]
  • 4 Basic words and phrases in Dutch [0/4]
  • 5 Introducing yourself in Dutch [0/4]
  • 6 What time is it? - telling the time in Dutch [0/4]
  • 7 Days of the week, months and seasons in Dutch [0/5]
  • 8 Colours in Dutch [0/3]
  • 9 Animal names in Dutch [0/5]
  • 10 Family in Dutch [0/3]
  • 11 Food and Drinks in Dutch [0/5]
  • 12 How to order food in Dutch? [0/4]
  • 13 The weather in Dutch [0/4]
  • 14 Countries, Cities and Nationalities in Dutch [0/3]
  • 15 Body parts in Dutch [0/3]
  • 16 Clothes and shoes in Dutch [0/4]
  • 17 Travel and vacation in Dutch [0/3]
  • 18 Dutch proverbs and sayings [0/3]
  • 19 I love you in Dutch (Emotions and feelings) [0/4]
  • 20 Happy birthday in Dutch (birthday wishes) [0/3]
  • 21 Asking for directions in Dutch [0/4]
  • 22 Needs and opinions in Dutch [0/4]
  • 23 Hobbies in Dutch [0/4]
  • 24 House, room, furniture vocabulary in Dutch [0/4]
  • 25 How to describe a person in Dutch [0/4]
  • 26 Business Dutch [0/4]
  • Select the cardinal numbers in Dutch

    Read the sentences and mark the cardinal numbers.

    Good luck!

    1. Vandaag is het vijftien april.

    2. Niemand weet hoe laat de trein gaat, ik denk dat hij om acht uur vertrekt.

    3. Deze stad is over tien dagen alweer driehonderd jaar oud. 

    4. Mijn broer is gisteren zeventien jaar oud geworden.

    5. Mijn ouders zijn volgende week alweer vijftien jaar met elkaar getrouwd.

    6. Mijn geboortedorp heeft maar vijftienhonderd inwoners.

    7. De wortel van vijfentwintig is vijf. 

    8. Mijn zus gaat twee weken naar Spanje met drie vriendinnen.

    9. De afstand van Amsterdam naar Istanbul is drieduizend kilometer.

    10. Ik ken iemand die elke maand meer dan vijfhonderd euro uitgeeft aan kleding en schoenen.

    Level: 
    A1
    Trained skill: 
    Reading