• Duitse grammatica
    0%
  • 1 Naamvallen in het Duits [0/10]
  • 2 Lidwoorden in het Duits [0/2]
  • 3 Zelfstandige naamwoorden in het Duits [0/12]
  • 4 Bijvoeglijke naamwoorden in het Duits [0/5]
  • 5 Werkwoorden in het Duits [0/34]
  • 5.1 Duitse tijden en de werkwoorden vervoegen [0/12]
  • 5.2 Infinitief in het Duits [0/1]
  • 5.3 Lijst met belangrijke werkwoorden in het Duits
  • 5.4 Duitse onregelmatige (sterke) werkwoorden vervoegen [0/9]
  • 5.5 Duitse regelmatige (zwakke) werkwoorden vervoegen [0/2]
  • 5.6 De actieve en passieve vorm in het Duits [0/2]
  • 5.7 Samengestelde werkwoorden: scheidbaar en onscheidbaar [0/2]
  • 5.8 Gebiedende wijs (imperativ) in het Duits [0/2]
  • 5.9 De conjunctief (Konjunktiv) in het Duits [0/2]
  • 5.10 Voltooid deelwoord (Partizip) in het Duits [0/2]
  • 6 Bijwoorden in het Duits [0/3]
  • 7 Voornaamwoorden in het Duits [0/13]
  • 8 Voorzetsels in het Duits [0/8]
  • 9 Zinsopbouw in het Duits [0/9]
  • Bijwoorden in het Duits

    Wat is een bijwoord

    Bijwoorden geven meer informatie over een werkwoord, een ander bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een hele zin. Een bijwoord kan ook aangeven waar, wanneer, hoe vaak of hoe iets gebeurt.

    Wat moet je weten over bijwoorden in het Duits?

    Bijwoorden in de Duitse grammatica zijn verdeeld in verschillende categorieën. Zo kan een bijwoord informatie geven over de tijd, de plaats of de hoeveelheid.

    bijwoord voorbeeld
    tijd Sie kommt heute - zij komt vandaag
    plaats Er ist im Haus - Hij is in het huis
    hoeveelheid Einmal pro Woche - eenmaal per week

    Bijwoorden over tijd

    Bijwoorden over tijd kunnen gaan over vragen als:

    • Wanneer? Ich habe dich heute Morgen gesehen. (Ik heb jou vanmorgen gezien)
    • Tot wanneer? Bis Samstag. (tot zaterdag)
    • Sinds wanneer? Seit gestern nehme ich das Fahrrad. (sinds gisteren neem ik de fiets)
    • Hoe vaak? Dreimal pro Woche. (driemaal per week)

    Tabel met bijwoorden over tijd

    Bijwoord over 'tijd' Nederlands
    bald spoedig
    bereits al
    bisher zover
    danach  daarna
    davor daarvoor
    endlich eindelijk
    montags 's maandags
    gestern gisteren
    täglich dagelijks
    vorhin daarnet
    sofort onmiddellijk
    regelmäßig regelmatig
    anfangs als eerst
    wieder opnieuw
    meistens meestal
    manchmal soms
    längst een tijd geleden
    zurzeit momenteel
    zuerst eerste
    heute vandaag
    jetzt nu

    Bijwoorden die een hoeveelheid aanduiden

    Bijwoorden die een hoeveelheid aangeven gaan over:

    • hoeveel? Mindestens zwei Stunden lang. (Minstens twee uur lang.)
    • hoe? 

    Lijst met bijwoorden die een hoeveelheid aangeven

    Bijwoorden over 'hoeveelheid' Nederlands
    anders anders
    beinahe bijna
    besonders vooral
    daneben bovendien
    ebenfalls ook
    eigentlich eigenlijk
    leider helaas
    kaum nauwelijks
    übrigens overigens
    ursprünglich oorspronkelijk
    ziemlich behoorlijk
    zufällig toevallig
    vielleicht misschien
    ungefähr ongeveer
    mindestens minstens
    hauptsächlich hoofdzakelijk

    Bijwoorden die een plaats aanduiden

    Bijwoorden die iets aanduiden over een plaats gaan over:

    • waar? Er ist draußen. (Hij is buiten.)
    • waar naar toe? Heute gehen wir nach Valencia. (Vandaag gaan we naar Valencia.)
    • waar vandaan? Ich komme aus dem Schwimmbad. (Ik kom uit het zwembad.)

    Lijst met bijwoorden die een plaats aanduiden

    Bijwoorden over 'plaats' Nederlands
    aufwärts omhoog
    auseinander uit elkaar
    außen buiten
    da hier
    drüben daarginds
    geradeaus rechtdoor
    hier hier
    hinten achter
    innen binnen
    links links
    rechts rechts
    nebenan naast de deur
    nirgendwo nergens
    oberhalb boven
    rückwärts achteruit
    überall overal
    unter onder
    vorne vooruit
    vorwärts vooruit

    Oefeningen

    schrijfoefening: bijwoorden over tijd

    Schrijfoefening: bijwoorden over plaats

    Schrijfoefening: bijwoorden over hoeveelheid