• Cursus Nederlands voor beginners en anderstaligen A1
    0%
  • 1 Het Nederlands Alfabet (letters en uitspraak) [0/2]
  • 2 Nummers en leren tellen in het Nederlands [0/4]
  • 3 Hallo in het Nederlands
  • 4 Basiswoorden en -zinnen in het Nederlands
  • 5 Jezelf voorstellen in het Nederlands [0/4]
  • 6 Klokkijken in het Nederlands [0/4]
  • 7 De dagen van de week en de maanden van het jaar [0/2]
  • 8 De kleuren in het Nederlands [0/3]
  • 9 In het Nederlands de weg vragen en wijzen [0/2]
  • 10 Het weer in het Nederlands [0/4]
  • 11 Familieleden in het Nederlands [0/3]
  • 12 Namen van landen, steden en talen [0/2]
  • 13 Eten en drinken in het Nederlands [0/1]
  • 14 Lichaamsdelen in het Nederlands leren [0/1]
  • 15 Dieren in het Nederlands
  • 16 Eten bestellen in het Nederlands
  • 17 Ik hou van jou in het Nederlands (emoties en gevoelens)
  • 18 Verjaardagswensen in het Nederlands
  • Lees de zinnen goed en markeer de hoofdtelwoorden in de zinnen
    1. Markeer de bepaalde en onbepaalde hoofdtelwoorden in de zinnen.

    Jan is geboren op twee februari.
    Anne heeft gisteren vijf bananen en drie appels gekocht.
    Mijn ouders zijn vandaag vijfentwintig jaar getrouwd.
    Mijn neefje Bas heeft veel prijzen gewonnen met zwemmen.
    Er zijn meer dan duizend cafés in Amsterdam, dat meer dan in Alkmaar.
    Een treinkaartje van Maastricht naar Den Haag kost tweeëntwintig euro.
    In België wonen elf miljoen mensen.
    De Domtoren in Utrecht is de hoogste kerktoren van Nederland, hij is honderdentwaalf meter hoog.
    Tim heeft net zoveel boeken als Bart.
    Groningen is een gezellige studentenstad, maar enkele studenten gaan in het weekend naar huis.