• Cursus Frans voor beginners
    0%
  • 1 Het Franse alfabet en letters [0/2]
  • 2 De uitspraak van Franse woorden met geluid
  • 3 Groeten in het Frans (hallo, goedemiddag, goedenavond) [0/3]
  • 4 Kennismaken en jezelf voorstellen in het Frans [0/3]
  • 5 Leren tellen in het Frans (getallen, cijfers) [0/3]
  • 6 De Franse klok en de tijd in het Frans [0/3]
  • 7 Dagen en maanden in het Frans [0/3]
  • 8 Weer, seizoenen en windrichtingen in het Frans [0/4]
  • 9 Lichaam en lichaamsdelen in het Frans (buik, arm, been) [0/3]
  • 10 Kleuren in het Frans (blauw, geel, rood) [0/4]
  • 11 Landen, talen en nationaliteiten in het Frans [0/4]
  • 12 Gezegden en spreekwoorden in het Frans [0/5]
  • 13 Kledij en kledingstukken in het Frans [0/4]
  • 14 Dieren in het Frans (hond, kat, konijn) [0/4]
  • 15 Familie in het Frans (stamboom, mama, tante) [0/3]
  • 16 Franse woordenlijst van basis- en standaardzinnen [0/2]
  • 17 School woordenschat (leraar, leerling...) in het Frans [0/3]
  • 18 Hobby's en sport in het Frans (fietsen, voetbal, lezen) [0/3]
  • 19 Reizen in het Frans (auto, vliegtuig, vakantie, ...) [0/4]
  • 20 De weg vragen en bezienswaardigheden in het Frans [0/4]
  • 21 Je huis beschrijven in het Frans (zolder, bed, stoel) [0/4]
  • 22 Liefde in het Frans (ik hou van jou, ...) [0/4]
  • 23 Verzoeken en opinies uitdrukken in het Frans [0/2]
  • 24 Gelukkige verjaardag in het Frans (feestjes, plezier) [0/4]
  • 25 Boodschappen doen in het Frans (eten, drinken, ...) [0/4]
  • 26 Natuur woordenschat in het Frans (boom, bloem, ...) [0/4]
  • 27 Op bezoek bij de dokter in het Frans (gezondheid, pijn) [0/4]
  • 28 Werk in het Frans (baas, vak, afspraak, ...) [0/4]
  • 29 Het uiterlijk beschrijven in het Frans (haar, mooi) [0/4]
  • 30 Karaktereigenschappen in het Frans (slim, gek) [0/2]
  • 31 Handige zinnen in het Frans [0/4]
  • Hobby's in het Frans 

    We starten met enkele hobby's of  loisirs die je binnen of buiten kan beoefenen.

    Binnen

    Nederlands Frans
    Lezen Lire
    Schrijven Écrire
    TV kijken Regarder la télé
    TV series kijken Regarder des séries
    Films kijken Regarder des films
    Computerspelletjes spelen Jouer aux jeux vidéos
    Bordspelletjes spelen Jouer à des jeux de société
    Koken Cuisiner
    Schilderen Peindre
    Theater spelen Jouer au théâtre
    Verzamelen Collectionner
    Puzzelen Faire des puzzles
    Kruiswoordpuzzels doen Faire des mots croisés

     

    Leer deze pagina samen met een leraar

    Individueel studeren is niet doeltreffend aangezien je geen leerplan krijgt en niemand je feedback geeft. Vraag hulp aan 1 van onze professionele docenten!

    Gratis proefles krijgen!
    Leraren bekijken

    Buiten

    Nederlands Frans
    Reizen Voyager
    Kamperen Camper
    Wandelen Se promener; faire de la randonnée
    Een wandeling Une promenade; une randonnée
    Fotograferen Photographier
    De fotografie La photographie
    Jongleren Jongler
    Vissen Pêcher
    Vogels kijken Observer des oiseaux
    Sterrenwacht Observation des étoiles
    Jagen Chasser

    Voorbeelden (lopen, reizen in het Frans)

    • Je trouve que le livre est toujours meilleur que le film. C'est pour ça que je préfère lire plutôt que regarder un film.  (Ik vind dat het boek altijd beter is dan de film. Daarom lees ik liever dan een film kijken.)
    • J'aimerais bien aller faire de la randonnée dans les Pyrénées. (Ik zou graag gaan wandelen in de Pyreneeën.)
    • Il ne veut pas venir pêcher avec nous; il préfère jouer aux jeux vidéos chez lui. (Hij wilt niet met ons gaan vissen; hij blijft liever thuis om computerspelletjes te spelen.) 
    • Je veux courir 10 kilomètres. (Ik wil 10 km lopen)
    • J'aime voyager en Asie. (Ik reis graag in Asië)

    Sport in het Frans

    Enkele sportactiviteiten in het Frans

    Nederlands Frans
    Het voetbal Le football
    De tennis Le tennis
    De rugby Le rugby
    De volleybal Le volley-ball
    Fietsen Faire du vélo
    Skateboarden Faire du skateboard
    Dansen Danser
    Schaatsen Patiner (sur glace)
    Skiën Faire du ski
    Zwemmen Nager
    Surfen Surfer
    Paardrijden Monter à cheval
    De bodybuilding La musculation
    De yoga Le yoga
    Joggen Faire du jogging
    Lopen Courir
    Turnen Faire de la gymnastique
    Schaken Jouer aux échecs

    Voorbeelden

    • En Espagne, le football est une vraie religion. (In Spanje is voetbal een ware religie.)
    • Les filles de ma classe aiment tous danser. (De meisjes in mijn klas houden allemaal van dansen.)
    • J'aimerais bien aller surfer avec vous, mais je ne sais pas nager. (Ik zou graag met jullie gaan surfen, maar ik kan niet zwemmen.)

    Instrumenten bespelen in het Frans

    Enkele instrumenten in het Frans

    Nederlands Frans
    Een instrument bespelen Jouer d'un instrument
    Muziek luisteren Écouter de la musique
    De piano Le piano
    De gitaar La guitare
    Het drumstel La batterie
    De fluit La flûte
    De viool Le violon
    De trompet La trompette
    De saxofoon Le saxophone

    Voorbeelden

    • Il veut apprendre à jouer d'un instrument, mais ce n'est pas facile. (Hij wilt een instrument leren spelen, maar dat is niet gemakkelijk.)
    • Je trouve le piano l'instrument le plus agréable à écouter. (Ik vind de piano het mooiste instrument om naar te luisteren.)
    • Les voisins ont vite appris que petit Pierre veut apprendre à jouer la batterie. (De buren kwamen er snel achter dat kleine Pierre wilt leren drummen.)